Home > Artikelen > JACHT EN TRADITIE

JACHT EN TRADITIE

Delen

Het is onder andere de jacht geweest, die bij mij de belangstelling heeft gewekt voor vele vormen van kunst en traditie. Vooral de beeldende kunst, het literaire werk van verschillende schrijvers en jachtmuziek. Ook andere, veelal klassieke muziek heeft mijn aandacht. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Europa waarin met name de jacht een rol speelde. Groot belang hecht ik ook aan het bewaren van oude, vaak Duitse, jachtgebruiken.

Ik noem o.a. de laatste bete voor het gestrekte wild, het gebruik van de verschillende breuken, het doodblazen bij het tableau (mits op juiste manier uitgelegd), maar toch ook het zogenaamde ‘dooddrinken’, en dat is iets anders dan ‘comazuipen’. Tot overmaat van ramp probeer ik ook nog te blazen op de Fürst Plesshoorn en ik heb vrouw en zoon daarin meegelokt. Dat je via dat blazen in tal van jachtwereldjes terechtkomt, mag duidelijk zijn.

Vooral vanaf september tot na Kerstmis worden op tal van plaatsen in heel Europa festiviteiten georganiseerd, die op de een of andere manier met de jacht van doen hebben. Vaak zijn dit gebruiken die men al tientallen, zo niet honderden jaren organiseert. Onmiddellijk aan deze organisaties zijn de Riddergenootschappen van St. Hubertus verbonden, de Broederschappen in de naam van St. Hubertus, de Gilden van St. Hubertus, de jachtcombinaties, de wildbeheereenheden, de particuliere jachten en de verschillende jachthoorngezelschappen.

De oorspronkelijke jacht te paard met de meute in Frankrijk is de aanleiding geweest voor de illustere Marc-Antoine Marquis (markies) de Dampierre (Jagermeester van Koning Lodewijk de Vijftiende) om in augustus 1723 een jachthoorn te construeren, die dan ook zijn naam draagt: De Trompe Dampierre.

Het ontstaan van Franse jachthoorns

Het is een hele grote hoorn met een lengte van 4,05 meter en een diameter van de winding van 0,72 m. Deze maatvoering was nodig, omdat in die tijd het modebeeld bestond uit grote pruiken en hoeden. De hoorn moest ook te paard gedragen kunnen worden over de schouder. Op oude prenten zien we dit vaak afgebeeld: een jager te paard die op de hoorn blaast om aan te geven wat er aan de hand is. Want dat was in eerste instantie het doel van het jachthoornblazen. Men zegt wel eens dat de jachthoorn de voorloper is geweest van de mobiele telefoon, die nu te pas en te onpas, ook op jacht, wordt gebruikt.

Onder de Franse koning Lodewijk de 15e waren er al twee modellen jachthoorns in gebruik, maar onze Markies bracht zijn versie in. De hoorn is gestemd in Re (D). In 1729 verscheen een gemodificeerd model, lengte 4,45 m met twee en een halve winding en een diameter van 0,60 m. Lebrun, de leverancier van de koning, doopte de hoorn ter gelegenheid van de…

geboorte van de Dauphin: La Dauphine. Opvallend is dat deze hoorn tot 1814 in gebruik is geweest en in 1831 toch de naam kreeg van La Dampierre.

De hoorn die de huidige generatie Franse jachthoornblazers gebruikt (Trompe de Chasse), is een hoorn met drie en een halve winding, ontworpen in 1831 door ene Raoulx en later geperfectioneerd door Périnet in 1855.

Muziekschrift voor de jachthoorn

Er is enorm veel muziek geschreven voor de Franse hoorn. Marquis de Dampierre schreef destijds de eerste fanfares. Inmiddels zijn dat er al meer dan 6000. Deze fanfares zijn opgedragen aan landstreken, hondenmeutes en personen die zich voor de jacht en het hoornblazen verdienstelijk hebben gemaakt. Er zijn zelfs missen geschreven voor deze hoorns.

Men blaast in groepen: trio, duo en solo, in vier verschillende categorieën. Regionale kampioenschappen (in Frankrijk en andere landen) leveren kampioenen. Deze kampioenen blazen om het Internationaal kampioenschap en zijn dan naast Kampioen van Frankrijk, tevens officieus Wereldkampioen.

De Franse Jachthoornfederatie (F.I.T.F.) behartigt alle zaken met betrekking tot het blazen op de Trompe de Chasse. Zij hebben afdelingen in België, Duitsland, Luxemburg en Zwitserland. Ze organiseren

stages en concoursen en waken voor het behoud van de zogenaamde Venerie-stijl. Het blazen op de Trompe vraagt een geheel andere techniek dan het blazen op de Duitse Pless- en Parforcehoorn. Er is heel veel oefening en volharding voor nodig. Bovendien moet men rekening houden met dagelijkse beoefening, en dat voor meerdere jaren.

De blazers moeten in ieder geval de belangrijkste signalen beheersen die op de jacht van betekenis zijn, te weten:

  • le bien-aller: als de honden goed op spoor liggen,
  • le débuché: als de meute zich verplaatst van de vlakte naar een boscomplex of omgekeerd,
  • le bat-l’eau: als het bejaagde wild, veelal ree, hert of varken, in het water van een beek, vijver, ven of meer is gevlucht,
  • la vue: als de blazer het te bejagen wild ziet.

Het grote slot van de jacht bestaat uit de zogenaamde Curée. Dan wordt alles wat aan de jacht heeft deelgenomen muzikaal geëerd. Menigeen die dit een keer kan en mag meemaken, zal vooral ook de bijzondere klankkleur van de Franse hoorn niet gauw vergeten.

Jachtorden voor de adel

In het verleden zijn in het oude Europa een aantal jachtorden ingesteld. Deze orden ontstonden vanuit de jacht, dat destijds een nobel tijdverdrijf werd genoemd en waar slechts de hoge adel deel van uit kon maken. Deze orden waren van grote invloed op de Europese verhoudingen tussen de vorstenhuizen van die tijd.

De orden hadden schitterende namen. Wat te denken van: De Orde van de Hazewind, De Zeer Edele Orde van het Witte Hert van St. Hubertus, en vele anderen?

In Nederland kennen we onder meer de Internationale St. Hubertusorde en het Nederlands Riddergenootschap Sint Hubertus, dat gevestigd is in Raamsdonksveer. De Internationale Sint Hubertusorde, die afstamt van de in 1695 door Reichsgraf Franz Anton von Sporck opgerichte St. Hubertusorde, heeft als wapenspreuk:

“Deum Diligite Animalia Diligentes”
“Eer je Schepper door zijn schepselen te eren”

Het Nederlands Riddergenootschap Sint Hubertus vindt zijn oorsprong in de historische Confrérie des Compagnons de Saint Hubert en heeft goede contacten met de Duitse Ridders van het Jagdkonvent St. Hubertus, dat door Hertog Gerhard II van Jülich en Berg in 1444 werd gesticht. Zo bestaan er meerdere ‘Balleien’ ofwel ridderdistricten en orden in Europa en Canada.

De erecode van het Nederlands Riddergenootschap

Leden van het Riddergenootschap houden zich onvoorwaardelijk aan de reglementen, tradities en gebruiken van het Riddergenootschap; zullen zich in vriendschap, broederschap en wederzijds begrip dienstbaar opstellen naar elkaar en de samenleving; streven naar bundeling van krachten door aansluiting c.q. samenwerking met soortgelijke en gelijkgestemde organisaties in andere landen, bij

voorkeur in een internationale federatie; onderschrijven dat de mens medeverantwoordelijkheid draagt voor de samenleving op aarde; onderschrijven dat de mens zijn leefmilieu zo mag beheren dat een optimale benutting, zowel geestelijk als materieel mogelijk is, mits de natuurlijke waarden en bestanddelen in al hun verscheidenheid niet blijvend worden aangetast; nemen, vanuit het internationaal aanvaarde ‘wise use’-principe, in woord, geschrift en daad, actief deel aan het beschermen, instandhouden en beheren van de natuur in al haar verschijningsvormen; ijveren ervoor dat in de gehele wereld deze erecode kan en zal worden nageleefd; zijn zich bewust dat zij een voorbeeldfunctie vervullen en leggen zich vrijwillig, in de geest van deze erecode, een strenge zelfdiscipline op; zullen onder de Ridders van het Riddergenootschap en tevens tussen leden van vergelijkbare buitenlandse riddergenootschappen, een geest van broederschap, onderlinge hulp en vrede bevorderen en onderhouden.

Eenmaal per jaar in de maand oktober komt dit genootschap bij elkaar in de prachtige kerk van Oirschot in Noord-Brabant. Tijdens deze Hubertusmis, opgeluisterd door jachthoornblazers, soms versterkt met Alpenhoorns of Schotse doedelzakken, worden de nieuwe Ridders door de Kanselier met het blanke wapen tot Ridder geslagen. Dit jaar is dat op zaterdag 13 oktober; vanaf 18.00 uur zijn de activiteiten in en om de kerk voor eenieder te bezoeken.

Positieve levenshouding

Ridder zijn in onze moderne tijd heeft natuurlijk niets meer met elite of harnassen te maken, maar des te meer met een positieve levenshouding waarbij deugdelijkheid, eerbied en respect voor mens, dier en leefomgeving voorop staan.

Met dank aan:
D. van Bruggen, R. Mutsaers, F. Donders, J. Steketee voor informatie en foto’s.

Delen

Waidmannsheil nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en ontwikkelingen op het gebied van jacht en dieren via onze digitale nieuwsbrief. Meld je gratis aan en ontvang deze elke maand in je mailbox!