Home > Artikelen > GEDRAG VAN DIEREN IN DE WINTER

GEDRAG VAN DIEREN IN DE WINTER

Delen

De winter is aangebroken. De temperaturen zijn aanzienlijk gedaald. De planten zijn gestopt met groeien en ook de dierenwereld is overgeschakeld naar de wintermodus. Dieren hebben opmerkelijke aanpassingen ontwikkeld om te kunnen overleven. Ze hebben allemaal één ding gemeen: zo effectief mogelijk energie besparen en wegblijven uit de koude.


In de afgelopen eeuwen werd de natuur niet zo uitgebreid onderzocht, zoals dit vandaag de dag wel het geval is. Er bestonden destijds vreemde ideeën over waar en hoe de dieren de winter overleven. Omdat je sommige soorten in de winter
helemaal niet meer te zien kreeg, werden vreemde theorieën ontwikkeld over hun verblijfplaats. Zo zouden sommige dieren
in de winter in andere soorten veranderen. Of trekvogels zouden zich in de modder ingraven. Ondanks dat nog niet
alle mysteries zijn onthuld, weet men nu veel meer over de verschillende soorten en waar deze tijdens de winter verblijven.


Dat sommige soorten zich daadwerkelijk ingraven om aan de kou te ontsnappen is overigens niet ongewoon. Bepaalde
insectensoorten overwinteren in zeer verschillende stadia van ontwikkeling. Van de ene overleeft alleen het ei of de larve, terwijl anderen overleven als pop of volwassen insect. Deze laatste heeft het meest te vrezen van de kou. Daarom zijn speciale eigenschappen ontwikkeld om zich tegen ijzige temperaturen te beschermen. Een van die eigenschappen is aanmaak en opslag van glycol. Hiermee voorkomen ze dat het water in hun cellen bevriest en beschermen zij zichzelf tegen het vormen van schadelijke ijskristallen.

Ook bij kolonievormende insecten worden verschillende strategieën gevormd. Terwijl bij wespen, hommels en horzels alleen de koningin overleeft, is dat niet het geval bij honingbijen
en mieren. Deze overwinteren niet als individueel. Mieren verstoppen zich in de diepste delen van hun nest waar
ze samen goed geïsoleerd verblijven. Honingbijen kunnen zichzelf verwarmen. De winterbijen vormen een zogenaamde
tros en nemen de koningin in hun midden. Als de temperatuur in de kast onder een bepaalde waarde zakt, wordt
door het trillen met de vliegspieren warmte geproduceerd. Hierdoor kunnen temperaturen tot 30° bereikt worden.

Vissen daarentegen gedragen zich passiever en blijven in de winter op de grond liggen. Ze overwinteren vanaf watertemperaturen onder de 10°C en vertragen hun metabolisme en dus het verbruik van energie en zuurstof. Sommige kikkers overleven net zoals de vissen. Anderen begraven zich bijvoorbeeld in de modder, zoals de vijverkikker. Via het huidoppervlak voorzien ze zichzelf van zuurstof. De meeste soorten kikkers, evenals slangen en hagedissen zoeken in de herfst naar geschikte vorstvrije buitenverblijven. Denk aan gaten in de grond, boomholten, muuropeningen en stapels bladeren. Compost speelt een bijzondere rol. De dieren hebben daar het voordeel dat door de rottingsprocessen warmte ontstaat.


Reserves creëren
Wat alle bovengenoemde dieren gemeen hebben, is dat ze in rust of winterslaap verblijven. Omdat ze tot de koelbloedige
dieren behoren, past hun lichaam zich aan de betreffende omgevingstemperatuur aan. Warmbloedige diersoorten, bijvoorbeeld vogels en zoogdieren, hebben weer andere manieren ontwikkeld om de koude te trotseren. Terwijl vogelsoorten
vertrekken naar warmere en meer voedzame gebieden, moeten zoogdieren zich aanpassen aan de ongunstige omstandigheden van de winter.


Naast het sparen van energie, is het van belang om in de voedselrijke tijd reserves te creëren. Door de afnemende
daglengte in de nazomer en herfst is er een verhoogde afgifte van melatonine waardoor de aanmaak van vetweefsel
wordt geactiveerd. Deze belangrijke vetreserve is nodig om de winter door te komen. Om te vermijden dat deze reserves
snel uitputten, moet tegelijkertijd ook spaarzaam met energie worden omgegaan. Dit kan bijvoorbeeld door te slapen. De
meest effectieve manier om dit te doen is een winterslaap of winterrust. Het verschil tussen de twee vormen is dat tijdens de
winterrust de lichaamstemperatuur nauwelijks wordt verlaagd en frequentere waakfasen voorkomen. Dassen, wasberen en
eekhoorns zijn daar een voorbeeld van. Bruine beren, veldhamsters en marmotten zijn soorten die om te overwinteren in een
winterslaap vallen.

Kenmerkend van de winterslaap is dat de activiteit van de vitale organen significant is afgenomen. Bij het murmeltier is de lichaamstemperatuur zelfs tot 2,6° C verminderd. Des te kleiner het verschil met de omgevingslucht, hoe minder energieverlies. Metabolische en energieverslindende processen zijn teruggebracht tot een absoluut minimum. De cyclus gaat wel door maar op een heel laag pitje en de hartslag is zelfs verlaagd tot vier slagen per minuut. Ter vergelijking:in de zomer klopt het hart ongeveer 100 keer per minuut.

Delen

Waidmannsheil nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en ontwikkelingen op het gebied van jacht en dieren via onze digitale nieuwsbrief. Meld je gratis aan en ontvang deze elke maand in je mailbox!