De geboorteperiode van reekalveren verschuift niet snel genoeg om de jonge aanwas een optimaal
voedselaanbod te kunnen garanderen.
Het is geen toeval dat plantenetende zoogdieren hun jongen in het vroege voorjaar ter wereld brengen. Rond deze tijd
beginnen voedselrijke planten uit te schieten en zitten ze vol energie en proteïnen. Later in het voorjaar ontwikkelen
planten hun houtachtige stengels en ontwikkelen grassen vezels en hun zaden. De reden dat het reewild zo vroeg in
het voorjaar kalveren zet, heeft dus te maken met het aanbod van energierijk voedsel in deze periode. En dat is weer ideaal
voor de productie van gezonde moedermelk bij de reegeit.

Vegetatie reageert 5 tot 7 maal sneller op de klimaatverandering dan reewild
Door de milde winters en de stijgende temperaturen beginnen planten vroeger te groeien en uit te lopen. De periode dat vegetatie optimaal is, wordt dus beetje bij beetje steeds met enkele dagen vervroegd. Is het reewild in staat zich aan deze verschuiving aan te passen? Om dat inzichtelijk te krijgen, hebben Mark Rehnus en zijn collega’s van het Federaal onderzoeksinstituut voor Bos, Sneeuw en Landschap (WSL, Zwitserland) de geboorte van 8983 reekalveren
onderzocht. Alle geboren kalveren in de jaren 1971 tot 2015 werden gedocumenteerd. De data werden vergeleken
met het begin van de plantengroei in het voorjaar en de data waarop weilanden voor de eerste keer gemaaid werden.
De resultaten zijn opvallend te noemen. Gedurende de onderzochte 45 jaar is de groei van de eerste plantenscheuten
in het voorjaar met 20 dagen vervroegd en worden de weilanden gemiddeld 14 dagen eerder gemaaid. Ieder jaar begint de plantengroei eerder met 0,45 dagen en de tijd van de eerste maaibeurt met 0,32 dagen. Ten opzichte van
deze verschuiving van de vegetatiegroei vervroegt de datum waarop reekalveren gezet worden met slechts 0,06 dagen
per jaar. “Reewild past zich dus 7,5 maal langzamer aan de klimaatverandering aan voor wat betreft de zettijd van
reekalveren dan de plantengroei en reageert 5x langzamer op de bloei van het gras.” Aldus Rehnus en zijn team.
Kleinschalige landbouw en migratie naar hoger gelegen gebieden.
Voor het reewild is dit goed en slecht nieuws, verklaren de wetenschappers. Hoewel reewild de werptijd hoofdzakelijk baseert op het lengen van de dagen in het voorjaar, blijken
ze toch al aanpassingen te vertonen aan de klimaatveranderingen en het verschuiven van de plantengroei. Het tempo is
echter onvoldoende om de veranderingen bij te kunnen houden. Dit zorgt ervoor dat de geboorteperiode van reekalveren en de tijd waarin het meest optimale voedsel beschikbaar is steeds verder uit elkaar komen te liggen, aldus de onderzoekers. In de lage landen heeft dit er al toe geleid dat de geboorteperiode van reekalveren daadwerkelijk buiten de tijd ligt van optimaal voedselaanbod. Tot nu toe kan het reewild dit nog goed compenseren dankzij kleinschalige landbouw met verschillende gewassen die op verschillende tijdstippen groeien en rijpen. Het reewild kan nog voldoende afwisselend energierijk voedsel vinden. In hoger gelegen gebieden, waar het wat koeler is, vallen de zettijd en het voorjaar nog goed samen omdat het voorjaar daar wat langzamer op gang komt. Het kan er dus toe leiden dat reeën meer naar de hoger gelegen gebieden migreren om zodoende een balans te behouden in het voedselaanbod en het grootbrengen van reekalveren.
